Actie akoestiek


Klik hier voor uw brochure

Ook last van lawaai?

WIJ DOEN ER IETS AAN!

en français

 

Basisbegrippen : wat je moet weten

Basisbegrippen : wat je moet weten Wil je de geluidshinder in je woning aanpakken, om die conform te maken aan de nieuwe geluidsnorm maar vooral om je akoestisch comfort te verhogen, dan moet je eerst enkele basisbegrippen kennen.

Geluid is een golfverschijnsel dat zich voortplant doorheen een 'medium' (lucht, gas, vloeistof of vaste stof).

In een stille ruimte heerst overal dezelfde atmosferische druk. Een geluidsbron onderbreekt deze gelijkmatige drukverdeling, waardoor kleine, wisselende en opeenvolgende over- en onderdrukjes in alle richtingen uitdeinen, net zoals de rimpelingen op een wateroppervlak. Deze geluidsgolven brengen zowel ons trommelvlies aan het trillen als de muren en vloeren van de kamer waarin de geluidsbron aanwezig is.

Types van geluid

Geluid bereikt ons gehoor op verschillende manieren.

Bij luchtgeluid brengt een geluidsbron de lucht rechtstreeks aan het trillen. Voorbeelden zijn geluidsinstallaties, blaffende honden, de telefoonbel... Wanneer luchtgeluid tegen een wand botst, wordt de wand in trilling gebracht en geeft hij het geluid door aan een aangrenzende ruimte. Luchtgeluid beweegt zich ook voort door gaten, spleten en kieren (dat noemen we geluidslekken).

Luchtgeluiden kunnen zich voortplanten van binnen naar buiten (mama die roept 'Komen eten'), van buiten naar binnen (verkeer), in één ruimte (tv, radio...) of van de ene naar de andere ruimte in een gebouw (je eigen radio of de radio van de buren).

Contactgeluiden ontstaan wanneer een geluidsbron rechtstreeks constructie-elementen aan het trillen brengt. Die constructie brengt op haar beurt de omringende lucht aan het trillen. Denk bijvoorbeeld aan het heen-en-weergeloop van de bovenbuur of het dichtslaan van deuren.

Flankerend geluid wordt overgedragen via de structuur van het gebouw. Wanneer er in een muur wordt geboord, geeft de muur de trillingen door aan aangrenzende bouwelementen zoals de vloer en het plafond. Ook wanden die door luchtgeluid aan het trillen gebracht worden, geven de trillingen door aan aangrenzende constructies.

Omloopgeluid verwijst naar geluid dat van de ene naar de andere ruimte wordt overgedragen via gemeenschappelijke gangen, verluchtingskokers, valse plafonds enzovoort.

Installatiegeluid wordt veroorzaakt door machines en/of installaties in een gebouw, zoals bijvoorbeeld wasmachines, gas- of stookoliebranders, dampkappen, afvoerleidingen....

Luchtgeluidsisolatie van bouwelementen

Bij luchtgeluidsisolatie van bouwelementen (muren, beglazing...) is het sleutelwoord 'gewicht'. Dichte, massieve en zware materialen houden geluid beter tegen dan dunne, lichte materialen. Zware materialen hebben een hoog soortelijk gewicht (gewicht per volume-eenheid). Daardoor zijn ze moeilijker in trilling te brengen en houden ze geluid beter tegen. Zo isoleert een zware binnenmuursteen akoestisch beter dan een lichte binnenmuursteen.

Ook de dikte van de materialen is van belang. Hoe groter de massa van een scheidingsconstructie, hoe minder geluid er wordt doorgelaten. Dit noemt men de massawet. In theorie betekent een verdubbeling van de massa een verbetering van de geluidsisolatie met ongeveer 6 dB. Massieve muren zijn echter niet altijd mogelijk. Gezien hun gewicht vereisen ze een sterkere hoofddraagconstructie of fundering.

Massa-veer-massa

Het massa-veer-massasysteem kan overal worden toegepast. Dit principe steunt op de akoestische ontkoppeling tussen twee wanden (bijvoorbeeld een steen en gipsplaten) en de scheiding van de twee wanden door een veer. Deze veer kan lucht zijn of een isolatiemateriaal met geluidsabsorberende eigenschappen (zoals glaswol of opencellig, soepel pu-schuim). Het geluid brengt een eerste wand aan het trillen, in de veer worden de geluidsgolven gedempt, waarna het geluid veel minder sterk aan de tweede wand wordt doorgegeven.

Een massa-veer-massaconstructie die in de bouw vaak wordt toegepast, is een scheidingswand bestaande uit metalen profielen, absorptiemateriaal en gipskartonplaten. Het gipskarton functioneert als de massa en de spouwvulling met lucht als de veer.

 

 
deceuninck isover recticel terca porotherm
met de steun van